Met zijn naar boven krullende mondhoeken en zijn schijnbare pretoogjes in zijn donker gezicht lijkt het of het leven hem toelacht. Niets is minder waar. Na een bijna gelukte zelfmoord en daarna nog twee pogingen, belandde hij onder begeleiding van Mondriaan bij VLotteam. Ongeveer één jaar ken ik hem nu. Eerst elke week, daarna twee keer per maand ben ik als tolk aanwezig bij zijn gesprekken met de psychiater. Het begripsvermogen van deze 22 jaar jonge Guineese man is beperkt, daarom ook vraagt de specialist me om de inname van zijn vaak veranderende, in dosis een tijdlang steeds toenemende, medicatie te bewaken. Zegt hij ineens: ‘Mijn lichaam kan mijn kop soms niet meer dragen’. Vorige week kreeg hij weer nieuwe pillen. Die zouden zijn dagelijks herbeleven van mishandeling en bijna doodservaring moeten wegnemen. ‘Meld het me maar’ zegt de psychiater ‘als hij teveel last heeft van de bijwerkingen en let goed op dat hij de juiste dosis inneemt’. Ik betrek hem bij het gesprek en tracht in mijn oud Frans-Vlaamse woordenschat woorden op te duiken als ‘misselijkheid, neiging tot braken, duizeligheid, verwardheid (alle zijn bijwerkingen).
‘Zij lijkt op mijn jongere zusje’. Gerustgesteld was ik toen hij me uitlegde dat dit de reden was waarom hij niet meer wou praten met zijn nieuwe, jonge, trauma-psychologe. Naast gesprekken met de psychiater, heeft hij om de drie weken een therapiesessie met een trauma-psychologe. Het plotse afscheid van zijn vroegere psychologe (elders werk gevonden) had hem geen goed gedaan. Te snel had ik dit feit gekoppeld aan zijn weigering om met de nieuwe, jonge, opvolgster, in zee te gaan. Nu kon ik hem begrijpen. Het was voor hem onmogelijk om zijn verhaal van mishandeling, marteling en verkrachting, aan haar te vertellen, zij die zo leek op zijn jongere, spoorloos verdwenen, zusje. Mondriaan beloofde een andere therapeut te zoeken.
Vandaag meldt hij dat het beter met hem gaat. Hij wordt niet meer elke nacht badend in het zweet wakker. De nachtmerries zijn nog hevig maar de stemmen overdag in zijn hoofd blijven steeds vaker weg (‘Mijn vader beveelt me dood te gaan’). Trouw gaat hij naar het COC, bouwt er een vriendenkring op. Tweemaal per week werkt hij als vrijwilliger in buurtcentrum The Break, waar hij collega-vrijwilligers treft waarmee hij communiceert, vaak letterlijk met handen (en voeten).
Morgen heeft hij een afspraak bij Mondriaan: het eerste gesprek met een nieuwe, oudere, mannelijke, trauma-psycholoog.Monique Permesaen