Het is vijf jaar geleden dat ik in contact kwam met een Algerijnse man zonder papieren. Hij had daarvan alles bij elkaar geteld 3,5 jaar in detentie doorgebracht. Meer dan tien keer is hij door de IND aan de ambassade gepresenteerd voor (gedwongen) terugkeer. Zinloze en zeer dure pogingen. Detentie kost ongeveer zes duizend euro per maand. Het is bovendien algemeen bekend dat Algerije de landgenoten die tijdens de burgeroorlog zijn gevlucht slechts bij hoge uitzondering toelaat. Bovendien had de heer B zijn identiteitsdocumenten vernietigd.
Het was dan ook niet verrassend dat de rechter na zijn laatste vrijlating besliste dat detentie niet meer opgelegd mocht worden. Hij stond wel op straat en kon geen kant op. Ondanks deze hopeloze situatie probeerde ik hem alsnog te helpen met tijdelijke opvang en leefgeld onder de paraplu van stichting VLot Er was een klein lichtpuntje: hij had het telefoonnummer en mailadres van zijn zes jaar jongere broer. Contact werd gelegd, maar alles mislukte. Verslaving aan harddrugs en criminaliteit lokte. Hij pleegde een onnozele, al te zichtbare kruimeldiefstal. Wellicht hoopte hij opnieuw op de rust en de vereiste discipline van de gevangenis. Ik stopte teleurgesteld mijn bemoeienis.
Begin 2017 maakten we de overstap van stichting VLot naar het Leger des Heils. Zo legde ik contact met de soepbus van het Leger des Heils en de GGZ bemoeizorg. Bleek dat ze een Franssprekende zwerver kenden die sliep onder de brug in een vieze vuile geïmproviseerde tent. Hij was inmiddels verhuisd naar een andere plek (foto) en had ook een straatverbod voor het centrum van Maastricht. Het duurde nog twee maanden voor hij met mij contact legde. Het bleek inderdaad de heer B te zijn. We ontwikkelden samen een plan. Hij zou het contact met zijn broer herstellen en hem vragen een geboortebewijs op te zoeken; een manier vinden om illegaal terug te keren, terugkeer met vliegtuig vanuit Nederland was niet mogelijk zonder LP. Hij kon beroep doen op diensten van het Leger des Heils (een keer per week douchen, wassen kleding en een bedrag van 20 euro per week voor telefonie). Het Leger kon geen onderdak bieden, wel een wekelijks gesprek. Het vertrouwen groeide, we legden contact met de Detox-afdeling van Mondriaan onder de voorwaarde dat hij - na een opname van vier weken - hier goed doorheen kwam en na ontslag onmiddellijk zou vertrekken.
Vorige week kreeg ik een mailbericht ‘We zijn in Marseille en plannen de overstap naar familie’. We hebben goede hoop dat ook deze laatste stap zal lukken. Conclusie ‘De zachte en volhardende hand is altijd sterker dan de dure en bestraffende hand’. Het lijkt wel een kerstboodschap.
 
Naschrift
Gisteren kreeg ik bericht van B uit Algiers: ‘Goed aangekomen. Dank voor alle moeite’.
 
Pol Verhelle