Kansloze vluchtelingen de straat op sturen is Nederland onwaardig, zegt advocaat Petra Kramer. Ze pleit voor een sobere voorziening, als alle andere opties uitgeput zijn.
 
Voor advocaat Petra Kramer vormt asiel- en vreemdelingenrecht de rode draad in haar portefeuille. Tal van klanten van VLotteam mogen al jaren op haar steun rekenen. Tijd voor een interview.
 
Sinds 2001 heb je als jurist en advocaat bij diverse advocaten- en rechtshulpkantoren gewerkt. In 2011 startte je je eigen kantoor in Sittard, dat in 2015 is opgegaan in de maatschap Kramer Bijloos. Je laat op je website optekenen dat de rode draad in je carrière het Asiel- en Vreemdelingenrecht vormt en daaraan verwante rechtsgebieden zoals het Nationaliteitsrecht. Kun je voor ons uitleggen hoe je aan die rode draad komt? Louter specialisatie in en na je studie of is er meer? 
 
Als jong meisje las ik het Dagboek van Anne Frank en andere oorlogsboeken, daar was ik erg door geraakt. Op de middelbare school leerden we uiteraard over Martin Luther King en Nelson Mandela. Ik heb altijd een interesse gehad in andere culturen en kan daarnaast niet goed tegen onrecht en ongelijkheid. Tijdens mijn studie in Engeland (Exeter University, een jaar uitwisselingsstudent) volgde ik onder andere het vak Internationaal recht met daarbij tevens Vluchtelingenrecht. Dat vond ik erg boeiend en daarom heb ik bij terugkeer in Nederland uiteindelijk aan de Radboud Universiteit Nijmegen de specialisatie Migratierecht gevolgd. Tijdens mijn afstuderen heb ik een werkstage gedaan bij - destijds nog - de Stichting Rechtsbijstand Asiel in Den Bosch. Daar heb ik voor het eerst echt kennisgemaakt met de dagelijkse praktijk van een asieladvocaat. De combinatie van het in aanraking komen met verschillende mensen uit verschillende landen en culturen en het juridische argumenteren heeft voor mij de doorslag gegeven op dit rechtsgebied verder te gaan.
 
Onze eerste werkcontacten met jou stammen uit 2015. VLotteam is je daarna blijven inschakelen voor best gecompliceerde zaken, waar andere advocaten zich niet competent genoeg voor achtten. In die tijd hebben de collega’s Huub Keybets en Pol Verhelle een kennismakingsgesprek met je gevoerd. Wat is je daarvan bijgebleven?
 
Dat is al weer even geleden. Ik werd geraakt door de inzet en het enthousiasme waarmee het Vlotteam, Hub, Pol, Monique en de overige zich inzetten voor deze doelgroep en wat zij voor elkaar krijgen met de beperkte middelen en binnen de beperkte kaders die er zijn. Daar wil ik graag mijn steentje aan bijdragen.
 
Ambtenaren van de IND zijn hoog opgeleid en getraind om via allerlei vragen te achterhalen of het verhaal van de asielzoeker klopt en geloofwaardig is. Op zich is daar niets mis mee. Probleem is dat tegenover die hoog opgeleide ambtenaar jongeren zitten, zoals in Maastricht, zoals ex-minderjarige en alleenstaande Afghaanse asielzoekers. Jongeren die vaak weinig of geen opleiding gehad hebben. Een tijd geleden heeft de IND toegegeven dat asielzoekers met weinig opleiding en of intelligentie duidelijk minder kansen hebben dan de goed opgeleide asielzoekers. Wringt deze kansenongelijkheid niet? Wat kan hieraan gedaan worden? 
 
Dit is een lastige kwestie. Asielzoekers moeten verklaren omtrent hun asielmotieven, gebeurtenissen in het land van herkomst, bekering en dergelijke. Voor sommigen is dat makkelijker dan voor anderen. Wat van belang is bij elke aanvraag is dat iemand zijn eigen, persoonlijke verhaal vertelt en dat kun je op veel niveaus doen. Een bekeringsverhaal kan ook op een ‘lager’ niveau verteld worden, als diegene maar uit kan leggen wat het geloof bijvoorbeeld voor hem persoonlijk betekent en niet alleen algemene termen gebruikt. Dat is soms lastiger voor lager opgeleiden, maar niet onmogelijk. Hoger opgeleiden vallen soms ook in de valkuil dat zij te ingewikkeld verklaren om daarmee hun kennis te willen laten zien, maar daarmee het persoonlijke relaas uit het oog verliezen. Als iemand helemaal niet kan verklaren dan kan bij IND geprobeerd worden te bewerkstelligen dat iemand niet gehoord hoeft te worden. Er kan dan vanuit het netwerk van diegene – opvang, kerk, medische zorg (zoals iMMO *) en dergelijke – onderbouwd met IND overleg worden gevoerd. IND zal echter slechts zeer terughoudend dergelijke verzoeken honoreren. Uitgangspunt blijft dat iemand zelf moet verklaren.
 
Je trad eind 2014, samen met Pol Verhelle, op in het programma Avondgasten van L1. Dat ging toen over de noodzaak van een ‘shelter’ voor volstrekt uitgeprocedeerde asielzoekers. Jij hebt in dat programma de noodzaak daarvan van harte ondersteund. Je weet dat nu landelijk, dus ook in Limburg, de discussie daarover verdergaat. Moet er wel of niet een BBB(B)-voorziening komen? Hoe ziet die uit en voor wie is die bedoeld? Hoe kijk je nu na bijna vier jaar tegen de komst van deze voorziening aan?
 
Naar mijn mening is een dergelijke voorziening zeer noodzakelijk. Hoe zeer de politiek het ook wil, terugkeer naar het land van herkomst na een afwijzende asielprocedure is voor veel mensen (in eerste instantie) geen optie. Zij blijven in Nederland. De ongelijke verdeeldheid van de welvaart in de wereld is hier uiteraard mede oorzaak van.
Om andere problematiek zoals bijvoorbeeld criminaliteit, ziekten en dergelijke te (proberen) te voorkomen, is het denk ik beter deze groep mensen in zicht te houden via bijvoorbeeld een BBB-voorziening. Ik denk ook dat het welvarend een land als Nederland onwaardig is om mensen zonder enige steun op straat te sturen. Dat leidt, denk ik, tot hele onwenselijke situaties. Wel vind ik dat we realistisch moeten blijven en ook vanuit dergelijke voorzieningen naar opties te kijken, ofwel een nieuwe procedure, maar als daar geen enkele grond voor is, dan richten op terugkeer. Al dan niet met het geven van trainingen en dergelijke.
 
Nederland stuurt nog steeds (jonge) Afghanen gedwongen terug naar Afghanistan, terwijl het daar op veel plekken zeer onveilig is. Zelfs in de hoofdstad Kabul vinden met een zekere regelmaat grote aanslagen plaats. Ook de Raad van State volgt dit beleid. Wat vindt jij daarvan? Onlangs is een nieuw landenbericht over Afghanistan verschenen. Wat verwacht of hoop je?
 
Mijn verwachting van het nieuwe Ambtsbericht is niet hoog. Dat komt omdat een Ambtsbericht mede een politiek document is op basis waarvan het asielbeleid wordt bepaald. De situatie in Afghanistan moet uiteraard worden weergegeven, maar tevens zijn de schrijvers zich bewust van de (politieke) impact die het document kan hebben. Ik ben zelf van mening dat de veiligheidssituatie in Afghanistan zodanig verslechtert dat er in ieder geval voorlopig geen beslissingen zouden moeten worden genomen in Afghaanse zaken (besluitmoratorium) om dan te bezien of de situatie zich in het land in positieve of negatieve zin ontwikkelt.
 
Je speelt een rol in de docufilm Onderkomen die in op 26 september bij de EO wordt uitgezonden. Zelf heb je de film al bij de première in september 2017 in Maastricht gezien. De vertoning nadien in de filmhuizen Lumiere en de Spiegel leverde uitverkochte zalen en een enthousiast publiek op. Wat vindt je van de film? En jouw rol daarin? 
 
De film geeft een goed beeld over de realiteit van uitgeprocedeerde jonge asielzoekers in Nederland en laat je zien dat het niet enkel asielzoekers zijn, maar ook gewoon jongeren die proberen wat van het leven te maken. Hoewel ik toch dacht wat te weten van de leefomstandigheden van mijn cliënten, was ik toch ook erg geraakt door hun dagelijkse realiteit.
Mijn ‘rol’ is ondergeschikt, het gaat niet om mij, maar om hoe deze jongens, maar ook Nederland met deze groep verder zouden moeten. Ik denk zeker dat deze jongens en ook andere illegalen, met ondersteuning, opleiding en een verblijfsvergunning heel waardevol kunnen zijn in onze vergrijzende samenleving.

Rob Gulpen en Huub Keybets

Noot van de redactie: Er zijn plannen om de BBB(B) om te zetten in een Landelijke vreemdelingenvoorziening (Lvv). Vlotteam zet zich de komende maanden in om deze ook voor onze regio te realiseren. Dat kan alleen als de grote gemeenten in Zuid-Limburg achter dit plan gaan staan. 

 

* iMMO is instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek, www.stichtingimmo.nl